Bijlage wegenverkeerswet | Algemene informatie verkrijgen en behouden erkenning

Actuele regelgeving

  1. Nieuw: 01-01-2026

    Hoofdstuk IBA. Erkenning van bedrijven voor het verrichten van handelingen met betrekking tot de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen.

  2. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aua

    1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een basiserkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is gebruik te maken van één of meer erkenningen voor specifieke handelingen die aan die natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt of worden verleend.
    2. De basiserkenning wordt uitsluitend verleend in samenhang met één of meer erkenningen voor specifieke handelingen.
  3. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aub

    1. De basiserkenning wordt door de Dienst Wegverkeer op aanvraag verleend, indien:

      a. de rechtspersoon of de onderneming van de natuurlijke persoon is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
      b. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan twee maanden is overgelegd; en
      c. geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

    2. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen.
    3. De verklaring omtrent het gedrag die overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, is overgelegd, wordt door de Dienst Wegverkeer vijf jaar bewaard.
    4. Met een verklaring omtrent het gedrag wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.
    5. Voordat de Dienst Wegverkeer de verlening van de basiserkenning weigert op grond van het eerste lid, onderdeel c, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.
  4. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4auc

    1. Na de afgifte van de basiserkenning overlegt de erkenninghouder eens per drie jaar een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee maanden.
    2. In afwijking van het eerste lid overlegt de erkenninghouder een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee maanden binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn nadat een bij ministeriële regeling bepaalde gebeurtenis omtrent de onderneming van de erkenninghouder, waaronder in ieder geval de toetreding van een nieuw lid tot het bestuur van een onderneming, zich voordoet.
    3. De verklaring omtrent het gedrag die overeenkomstig het eerste lid is overgelegd, wordt door de Dienst Wegverkeer vijf jaar bewaard.

  5. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aud

    1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen om te worden gerechtigd tot het verrichten van bij algemene maatregel van bestuur bepaalde handelingen, indien aan die natuurlijke persoon of rechtspersoon een basiserkenning is of tegelijkertijd wordt verleend. Het kan hierbij slechts gaan om handelingen die betrekking hebben op de registratie van gegevens in het kentekenregister, de fabricage of registratie van kentekenplaten, de keuring van voertuigen of de inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen en voor zover de aard van deze handelingen zich niet verzet tegen verrichting ervan door een ander dan de Dienst Wegverkeer.
    2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen en voorwaarden gesteld aan de aanvrager voor het verkrijgen respectievelijk behouden van een erkenning voor specifieke handelingen. De eisen betreffen onder meer de voor het verrichten van de desbetreffende handelingen benodigde apparatuur.
    3. Bij ministeriële regeling kan de eis worden gesteld dat ingevolge het tweede lid benodigde apparatuur is goedgekeurd door een door Onze Minister aan te wijzen keuringsinstelling en met de in die regeling vast te stellen periodiciteit is onderzocht door deze keuringsinstelling dan wel door een door deze keuringsinstelling erkende onderzoeksgerechtigde. Bij die ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot de erkenning van onderzoeksgerechtigden.
    4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat middelen die worden gebruikt om de in het derde lid bedoelde apparatuur voor gebruik geschikt te maken zijn gecertificeerd door een door die keuringsinstelling erkende instelling en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot die erkenning.
    5. Een erkenninghouder verwerkt persoonsgegevens voor zover dat noodzakelijk is om de bij de erkenning behorende taken en bevoegdheden te kunnen verrichten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen over de verwerking nadere regels worden gesteld.

  6. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aue

    1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat handelingen in het kader van een erkenning voor specifieke handelingen met betrekking tot de keuring of inbouw van onderdelen of apparaten in voertuigen alleen worden verricht door natuurlijke personen die daartoe bevoegd zijn.
    2. De Dienst Wegverkeer kan bij besluit aan een natuurlijke persoon een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid verlenen.
    3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden eisen en voorwaarden gesteld voor het verkrijgen respectievelijk behouden van een bevoegdheid als bedoeld in het tweede lid.

  7. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4auf

    1. Een bij de Dienst Wegverkeer in te dienen aanvraag tot verlening van een basiserkenning, een erkenning voor specifieke handelingen of een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue wordt ingediend op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.
    2. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en in verband met het door de Dienst Wegverkeer verrichten van taken en handelingen en het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 4b, eerste lid, onderdelen j en k, ten aanzien van erkenningen en bevoegdheden worden door de Dienst Wegverkeer vastgesteld en komen ten laste van de aanvrager onderscheidenlijk erkenninghouder of bevoegde persoon.

  8. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aug

    1. Met het toezicht op de naleving van de uit de basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue voortvloeiende verplichtingen en van de aan de basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue verbonden eisen en voorwaarden zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. 
    2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  9. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4auh

    1. De Dienst Wegverkeer trekt een basiserkenning in:
      a. indien de erkenninghouder daarom verzoekt;
      b. indien de gegevens die met het oog op de verkrijging van een basiserkenning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
      c. indien de erkenninghouder geen verklaring omtrent het gedrag overlegt overeenkomstig artikel 4auc;
      d. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of
      e. indien de erkenninghouder geen erkenning voor specifieke handelingen meer heeft.
    2. Voordat de Dienst Wegverkeer toepassing geeft aan het eerste lid, aanhef en onderdeel d, kan hij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet vragen.
    3. Een erkenning voor specifieke handelingen vervalt indien de basiserkenning is ingetrokken.
    4. Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing op erkenningen voor specifieke handelingen.
    5. De Dienst Wegverkeer trekt een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue in indien:
      a. de degene aan wie de bevoegdheid is verleend daarom verzoekt; of
      b. de gegevens die met het oog op de verkrijging van de bevoegdheid zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
    6. De Dienst Wegverkeer kan een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue intrekken of wijzigen indien de erkenninghouder of bevoegde persoon niet of niet meer voldoet aan de eisen voor de erkenning of bevoegdheid of aan de erkenning of bevoegdheid verbonden voorwaarden of uit de erkenning of bevoegdheid voortvloeiende verplichtingen niet nakomt of in strijd daarmee handelt.
    7. De Dienst Wegverkeer kan voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, of het zesde lid, een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn van ten hoogste twaalf weken. Indien een basiserkenning wordt geschorst, worden de erkenningen voor specifieke handelingen van de erkenninghouder voor dezelfde termijn geschorst.
    8. Bij de intrekking van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid van ten hoogste 30 maanden.
  10. Nieuw: 01-01-2026

    Artikel 4aui

    Het is een ieder aan wie niet een basiserkenning, erkenning voor specifieke handelingen of bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue is verleend, verboden zich op zodanige wijze te gedragen, uit te laten of voor te doen, dat daardoor de indruk kan worden gewekt, dat een zodanige erkenning of bevoegdheid aan hem is verleend.