Werking en toestand verplichte lichten en retroreflectoren

Artikel 5.8.55

Actuele regelgeving

  1. 1.

    De in artikel 5.8.51 bedoelde lichten moeten goed werken. Indien een licht wordt gevormd door meerdere lichtbronnen, mag door defecte lichtbronnen het oorspronkelijk lichtoppervlak met niet meer dan 25% afnemen.
    Wijze van keuren
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld. De schakelaar moet automatisch in de ingeschakelde stand blijven staan.
    Toelichting

    Opstarttijd dimlichten met xenonlampen

    De opstarttijd van dimlichten met xenonlampen is onderdeel van de "goede werking". Is de opstarttijd extreem lang? Dan is dit een afkeurpunt. Ook moet de opstarttijd tussen het linker en rechter dimlicht ongeveer gelijk zijn.  

    Licht opgebouwd uit led lampen

    Een licht in 1 kamer van de lichtunit kan opgebouwd zijn uit meerdere led lampen. Mocht er een aantal led lampen defect zijn, dan mag er maximaal 25% van de led lampen defect zijn. Het toepassen van de artikel 5.1a.4 (60% regel of onderlinge afstand niet meer dan 75mm) is in dit geval niet toegestaan.

    Gecombineerde lichten

    Tijdens de keuring moet u de functie van de verlichting per licht beoordelen. Bij lichten die aan zijn en waarbij u andere verlichting aanzet, mag een licht de functie van het andere licht overnemen.

    Bijvoorbeeld:
    Is een achterlicht of een dagrijlicht  aan en zet u de richtingaanwijzer ook aan? Dan krijgt het achterlicht of dagrijlicht de functie van de richtingaanwijzer en mag dit licht  gaan knipperen.

  2. 2.

    De lichtarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.
    Wijze van keuren
    Visuele controle
  3. 3.

    De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn verwijderd.
    Wijze van keuren
    Visuele controle
    Toelichting

    Het ontbreken of gedeeltelijk ontbreken van kunststof transparanten

    Transparanten die ter bescherming, verfraaiing of afwerking gemonteerd zijn over het glas of kunststof lens mogen geheel of gedeeltelijk ontbreken.

    • Op afbeelding 1 zie je transparanten die gebruikt worden ter bescherming van het glas. Deze zijn direct over het glas aangebracht.
    • Op afbeelding 2 zie je een lichtunit waarbij de transparant direct over de glazen of kunststof lenzen (wel of niet gekleurd) is gemonteerd ter verfraaiing van de lichtunit. Hierbij loopt het transparant vaak mee in de contouren van het voertuig.    


    55 - 2 3L 3Z 5 12 - kunststof transparant 1

    Afbeelding 1: Kunststof transparanten


    55- 2 3L 3Z 5 12 - kunstof transparant 2

    Afbeelding 2: Lichtarmatuur met en zonder transparant toegestaan

    Mag er een gat in een koplampglas of verlichtingsglas aanwezig zijn?

    Een gat in een koplampglas of verlichtingsglas is toegestaan als de lichtopbrengst, lichtbeeld en de functie (van het licht) niet nadelig beïnvloed wordt en geen scherpe delen oplevert. Let op dat er geen witlicht naar achteren kan worden gestraald. Achteruitrijlichten zijn uitgesloten van deze eis. Als het glas gerepareerd is moet de reparatie voldoen aan artikel 128 van de aanvullende permanente eisen.

    De lichtopbrengst en de functie kunt u eenvoudig op afstand beoordelen en zult u per situatie moeten bekijken. Ga er vanuit dat bij het vervangen van het witte bolletje voor een gekleurd bolletje de lichtopbrengst altijd wordt beïnvloed. Het verwijderen van het verlichtingsglas (om aan de eisen te kunnen voldoen) is niet toegestaan (artikel 5.*.55 lid 3).

  4. 4.

    De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. Hierbij is het bepaalde in Aanvullende permanente eisen, artikel 128, van toepassing.
    Wijze van keuren
    Visuele controle.
    Aanvullende permanente eisen
    Artikel 128
    1. De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn bespoten, geverfd of beplakt.
    2. De glazen van de lichtarmaturen aan de achterzijde van het voertuig, met uitzondering van de achteruitrijlichten, mogen geen barsten of gaten vertonen waardoor wit licht naar achteren kan worden gestraald.
    Toelichting

    Booskijker

    Een koplampglas mag beplakt zijn met een zogenaamde booskijker of met koplampwimpers als de functie van het licht (zoals lichtbeeld en opbrengst) niet nadelig wordt beïnvloed. Op dezelfde manier kunt u ook een gerepareerde beschadiging met bijvoorbeeld kit beoordelen.

    Reparatie lenzen kunststof koplampen

    Door steenslag, krassen of verwering kan het kunststof van de koplamp dof worden. Met als gevolg dat het lichtbeeld niet goed is. Het polycarbonaat van deze lenzen heeft in de fabriek een blanke laklaag gekregen. Bij de juiste reparatiemethode wordt de oude laklaag verwijderd en vervolgens krijgt de lens weer een nieuwe blanke laklaag. De lens krijgt dan weer zijn oorspronkelijke uitstraling. Door de reparatie verandert de lichtopbrengst, het lichtbeeld of de functie van de lamp dus niet en mag u het voertuig hierop voor de APK goedkeuren.

    Koplamp beschadigd

    Foto: Koplampunit Voor reparatie

    Koplamp na reparatie

    Foto: Koplampunit na reparatie

    Mag er een gat in een koplampglas of verlichtingsglas aanwezig zijn?

    Een gat in een koplampglas of verlichtingsglas is toegestaan als de lichtopbrengst, lichtbeeld en de functie (van het licht) niet nadelig beïnvloed wordt en geen scherpe delen oplevert. Let op dat er geen witlicht naar achteren kan worden gestraald. Achteruitrijlichten zijn uitgesloten van deze eis. Als het glas gerepareerd is moet de reparatie voldoen aan artikel 128 van de aanvullende permanente eisen.

    De lichtopbrengst en de functie kunt u eenvoudig op afstand beoordelen en zult u per situatie moeten bekijken. Ga er vanuit dat bij het vervangen van het witte bolletje voor een gekleurd bolletje de lichtopbrengst altijd wordt beïnvloed. Het verwijderen van het verlichtingsglas (om aan de eisen te kunnen voldoen) is niet toegestaan (artikel 5.*.55 lid 3).

  5. 5.

    Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten nagenoeg symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

    Wijze van keuren
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.
    Toelichting

    Lichten met dezelfde functie van gelijke kleur

    Op de foto ziet u een voorbeeld van lichten met dezelfde functie. Deze lichten moeten ongeveer even groot zijn, dezelfde kleur hebben en dezelfde sterkte hebben. De lichten op de foto hebben niet dezelfde kleur. Daarom mag u de verlichting zoals op de foto, niet goedkeuren. Dit kan bij alle soorten verlichting voorkomen, maar komt vaak bij xenonlampen voor.

    55 - 2 3L 3Z 5 12 - Lichten met dezelfde functie van gelijke kleur

    Foto: Koplampen met afwijkende kleur

  6. 6.

    De in artikel 5.8.51 bedoelde lichten en retroreflectoren, voor zover het het lichtdoorlatend gedeelte betreft, mogen ten hoogste 25% zijn afgeschermd.
    Wijze van keuren
    Visuele controle. Tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport wordt zonder gereedschap afneembare werktuigen buiten beschouwing gelaten.
  7. 7.

    De in artikel 5.8.51 bedoelde retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloeden.
    Wijze van keuren
    visuele controle. Tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport wordt een zonder gereedschap afneembare werktuigen buiten beschouwing gelaten
  8. 8.

    De elektrische schakeling van de dimlichten en de stadslichten moet zodanig zijn uitgevoerd dat de dimlichten en de extra dimlichten dan wel de stadslichten en de extra stadslichten niet tegelijk kunnen zijn ingeschakeld.
    Wijze van keuren
    Visuele controle, waarbij de desbetreffende lichten worden ingeschakeld.